Direct in verband brengen van eiser met misbruik van Wob-verzoek is onrechtmatig
Vzr. Rechtbank Oost-Brabant 20 oktober 2014, IEF 14322 (eiser tegen Omroep Brabant)
[eiser] is rechtenstudent en exploiteert een eenmanszaak, genaamd “Juridisch Advies [eiser]” (o.a. op het gebied van de Wob). Omroep Brabant heeft een door haar gemaakt televisie-item uitgezonden, waarin een van haar presentatoren en een gemeentesecretaris uit Gemert-Bakel spreken over (misbruik bij) de uitvoering van de Wob. De naam en acties van [eiser] worden een aantal maal genoemd (zie transcript). [eiser] vordert enerzijds verwijdering van de berichtgeving, rectificatie en een verbod op berichtgeving en anderzijds (een voorschot op) schadevergoeding. De verkeerde partij is gedagvaard, desondanks voldoende belang bij inhoudelijke beoordeling. Met de publicaties is onrechtmatig gehandeld jegens [eiser]. Verwijdering van de publicaties en rectificatie is toewijsbaar. Overige vorderingen zijn niet toewijsbaar. Er kan geen veroordelend vonnis worden gewezen.
4. Het geschil en de beoordeling daarvan
Ontvankelijkheid
4.1. Omroep Brabant B.V. heeft ter zitting als primair verweer aangevoerd dat [eiser] de verkeerde partij heeft gedagvaard. Zij stelt zich op het standpunt dat - zoals volgens haar ook eenvoudig is na te gaan op de website van Omroep Brabant en via het handelsregister van de kamer van koophandel - niet zij de rechtspersoon is onder wiens verantwoordelijkheid de publicaties plaatsvinden, maar Omroep Brabant. Dit betekent volgens Omroep Brabant B.V. dat de vorderingen afgewezen dienen te worden.
4.2. [eiser] heeft als zodanig niet betwist de verkeerde partij te hebben gedagvaard.
4.3. Uit het voorgaande volgt dat het primaire verweer van Omroep Brabant B.V. slaagt. De slotsom is dat Omroep Brabant B.V. niet onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld. De vorderingen van [eiser] worden dan ook afgewezen.
5. Ten overvloede
Inhoudelijke beoordeling
5.9. De stellingen van [eiser] concentreren zich op het schenden van het recht op hoor en wederhoor, op het lichtzinnig en onzorgvuldig omspringen met zijn persoonsgegevens en het noemen van zijn naam en woonplaats, alsmede op de smadelijke, onrechtmatige en voor [eiser] schadelijke berichtgeving.[eiser] is naar aanleiding van een publicatie op de openbare besluitenlijst van de gemeente Gemert-Bakel van 2 oktober 2013 gebeld door Omroep Brabant met de vraag naar de achtergrond van het Wob-verzoek. Volgens Omroep Brabant B.V. luidde het antwoord van [eiser]: “Is dat verboden dan?” en werd daarna de verbinding verbroken. Anders dan [eiser] heeft betoogd, betekent de enkele omstandigheid dat sprake is geweest van een kort telefoongesprek voorshands niet dat onrechtmatig is gehandeld jegens [eiser].
Vervolgens is door Omroep Brabant contact gezocht met de gemeente Gemert-Bakel, waarna op 3 oktober 2013 een interview met de betreffende ambtenaar is uitgezonden en een artikel op de website van Omroep Brabant is gepubliceerd. Ook daarmee is naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter niet onrechtmatig jegens [eiser] gehandeld.
Uit het transcript van de televisie-uitzending (zie hiervoor onder overweging 2.1.b.) blijkt echter dat het niet bij het uitzenden van het interview met de betreffende ambtenaar is gebleven. De presentator/verslaggever van de uitzending heeft zich na uitzending van dit interview tot zijn collega gewend, met de vraag wat hij ervan dacht. Die collega, [W.], heeft aangegeven dat het hem leek dat het [eiser] puur om het geld te doen was, dat [eiser] was opgespoord en gebeld, dat hij merkte dat het duidelijk niet de bedoeling was dat hij [eiser] had kunnen vinden, dat [eiser] dergelijke verzoeken bij veel meer gemeenten had gedaan en dat de Vereniging van Nederlandse Gemeenten aan alle gemeenten heeft gevraagd misbruik te melden, zodat zij een stapel van die misbruikgevallen aan de minister van Binnenlandse zaken kan geven. [eiser] heeft gemotiveerd weersproken dat déze uitlatingen juist zijn. En dit is onvoldoende gemotiveerd betwist. Het enkel noemen van de naam van [eiser] en het door hem ingediende Wob-verzoek zou naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter in de gegeven omstandigheden niet als onrechtmatig beschouwd hoeven worden, maar het door twee collega’s van Omroep Brabant in een onderling gesprek direct in verband brengen van de naam van [eiser] met misbruik van een Wob-verzoek en misbruikgevallen, hetgeen volgens [eiser] niet juist is, dient in de gegeven omstandigheden te worden beschouwd als onrechtmatig. Niet relevant is dat de naam van [eiser] door andere gemeentes ook is genoemd. Het gegeven dat na de betreffende uitzending en publicaties aan [eiser] een aanbod is gedaan om een reportage te maken over het studieproject waar zijn Wob-verzoek aan de gemeente Gemert-Bakel volgens [eiser] onderdeel van was, maakt dit maakt dit voorlopig oordeel niet anders.
5.10. Bezien in het licht van de hiervoor opgesomde uitgangspunten moet de belangenafweging in het voordeel van [eiser] uitvallen.(Voorschot op) schadevergoeding
[eiser] stelt schade te lijden doordat zijn naam door toedoen van Omroep Brabant zeer negatief belicht wordt. De smadelijke en onrechtmatige berichtgeving zal, tenzij zij prompt wordt verwijderd en gerectificeerd, bij sollicitaties bij advocatenkantoren na zijn studie niet in het voordeel van [eiser] werken. Bovendien is [eiser] reeds nu opdrachten misgelopen door de berichtgeving van Omroep Brabant. Ter onderbouwing van deze laatste stelling heeft [eiser] een e-mail van een opdrachtgever d.d. 22 juli 2014 overgelegd.
5.19. [eiser] heeft de door hem geleden en nog te lijden schade als gevolg van bedoelde berichtgeving daarmee onvoldoende onderbouwd en evenmin aannemelijk gemaakt. De door [eiser] in dat verband in het geding gebrachte e-mail d.d. 22 juli 2014 is daartoe volstrekt onvoldoende. Naar het oordeel van de kantonrechter is derhalve geen sprake van een vordering die voorshands voldoende aannemelijk is geworden.
Daar komt bij dat [eiser] niet heeft gesteld een spoedeisend belang te hebben bij toewijzing van deze geldvordering. De enkele stelling dat hij inkomsten is misgelopen en problemen verwacht te ondervinden bij sollicitaties vanwege de bedoelde publicaties, levert geen spoedeisend belang bij de vordering tot betaling van (een voorschot op) schadevergoeding op.
5.20. De gevorderde betaling van (een voorschot op) schadevergoeding is derhalve niet toewijsbaar.
6. De beslissing
De kantonrechter, rechtdoende in kort geding:
wijst de vorderingen af;
veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure, aan de zijde van Omroep Brabant B.V. tot heden begroot op € 400,- als bijdrage in het salaris van de gemachtigde (niet met btw belast);
verklaart dit vonnis, wat betreft de proceskostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad.
Auteursrecht. Merkenrecht. Onthoudingsverklaring. Misleidende reclame. Keywords. Koelstra is een onderneming die o.a. buggy’s (waaronder de ‘Limbo’) produceert en verkoopt. Van Asten exploiteert een winkel die babyartikelen verkoopt. Koelstra constateert een Techno Limbo buggy, waarop de Koelstra merken zijn aangebracht, wordt aangeboden via winkel en webshop. De voorzieningenrechter beveelt de misleidende mededelingen te staken, gebiedt tot rectificatie. De nog bestaande voorraad Techno buggy´s moet worden vernietigd op grond van de onthoudingsverklaring. Het woordmerk Koelstra als keyword, anders dan in combinatie met het aanbieden van de Techno buggy, vormt geen merkinbreuk.
Mediarecht. Onrechtmatige publicatie. Vordering tot verwijdering van website www.de-zorgfraudulent.nl vanwege onrechtmatige inhoud. De weergave op de website in beschrijvende, neutrale bewoordingen van hoe het gedaagde in zijn contacten met eisers is vergaan teneinde publiekelijk aandacht te vragen voor volgens gedaagde bestaande misstand is niet onrechtmatig. Kwalificaties als ‘fraude’ en ‘frauduleuze praktijken’ zijn wel onrechtmatig, het gaat om ernstige beschuldigingen waarvoor niet voldoende bewijs is. De voorzieningenrechter beveelt de naam van de website (www.de-zorgfraudulent.nl) zo te veranderen dat daarin het woord fraude niet meer voorkomt en elke betichting van van fraude te verwijderen.
Franchiseverplichtingen. Contract. Eiser is franchisenemer van Albert Heijn en exploiteert een AH-supermarkt. Zij verkoopt daar onder meer alcoholhoudende dranken, tabak en kansspelloten, waarvoor een wettelijke leeftijdsgrens geldt. Albert Heijn hanteert voor de leeftijdscontrole een systeem waarbij de kassamedewerker de leeftijd van de klant moet controleren. Eiser vordert medewerking van Albert Heijn aan het invoeren van een ander systeem, de zogenaamde Ageviewer. De voorzieningenrechter overweegt dat Eiser en AH een zogenaamde ‘hard format franchiserelatie’ hebben, waarbij de samenwerking is gebonden aan strenge regels die vrijwel alle terreinen van de bedrijfsvoering betreffen.
Handelsnaamrecht. Contractenrecht. Bevoegdheid. Partijen produceren en verkopen zonweringssystemen. Eiseres koopt o.a. IE-rechten en gedaagden moeten meewerken aan de overdracht hiervan; er zijn geen verplichtingen opgenomen om zich te onthouden van inbreuken op dezelfde rechten. De redelijkheid en billijkheid maken geen onderdeel uit van de koopovereenkomst. Dergelijke verplichtingen laten zich niet in de overeenkomst ‘inlezen’. Inbreuk op deze rechten kwalificeert dus niet als een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen uit de koopovereenkomst. De rechter verklaart zich echter ook onbevoegd ex 5 EEX omdat de plaats waar het schadebrengende feit zich voordoet de Duitstalige markt is.
Onrechtmatige publicatie. X is veroordeeld wegens doodslag op Nathalie Weinreder. Poedel, bijnaam van eiser, was bevriend met Nathalie Weinreder. X is veroordeeld wegens doodslag. Gedaagden zijn familie van X, die geloven in zijn onschuld. Zij laten oud-rechercheur nader onderzoek doen en publiceren daarover op www.geredetwijfels.nl. De uitlatingen van gedaagde op de website en het daaraan gekoppelde Facebook-account over de betrokkenheid van eiser bij de dood van Nathalie Weinreder zijn onrechtmatig, voor zover daarin direct wordt verwezen naar eiser door zijn naam, intitialen of zijn bijnaam ‘poedel’ te noemen.
Uitspraak ingezonden door Jacqueline Seignette en Marijn Kingma,
Contractenrecht. Databankenrecht. Creditline vorderde in kort geding [
Mediarecht. Onrechtmatige publicatie. De website nuhr.be verwees door naar websites met pornografische inhoud. In normaal spraakgebruik betekent het runnen van een pornosite dat een site met pornografische inhoud door de eigenaar daarvan wordt geëxploiteerd. Daarvan is bij het enkel doorlinken naar websites met pornografische inhoud geen sprake. Gedaagde stelt dat de stagiair onderzoek heeft gedaan naar de website nuhr.be. Dat slechts sprake was van doorlinken had derhalve ook uit dat onderzoek moeten blijken. Een journalist dient tevoren na te gaan of zijn informatie juist is, het onderzoek is hier kennelijk beperkt gebleven tot het bezoeken van de website en wellicht het uitproberen van de link; dat is te weinig. De publicatie van het artikel is onrechtmatig jegens eisers.
Bijdrage ingezonden door Maarten Haak,