Octrooirecht  

IEF 23184

Kort geding over safinamide: generiek product maakt inbreuk op aanvullend beschermingscertificaat

Rechtbank Den Haag 18 dec 2025, IEF 23184; ECLI:NL:RBDHA:2025:24287 (Newron c.s tegen Vivanta), https://itenrecht.minab.nl/artikelen/kort-geding-over-safinamide-generiek-product-maakt-inbreuk-op-aanvullend-beschermingscertificaat

Rb. Den Haag 18 december 2025, IEF 23184; ECLI:NL:RBDHA:2025:24287 (Newron c.s tegen Vivanta). De voorzieningenrechter oordeelt in kort geding dat Vivanta met haar generieke safinamide-producten inbreuk maakt op het Aanvullend Beschermingscertificaat (ABC) 300752 van Newron en Zambon. Dit certificaat, dat loopt tot april 2029, is gebaseerd op het basisoctrooi EP 1 613 296 en beschermt het gebruik van safinamide als aanvullende (add-on) therapie bij patiënten met de ziekte van Parkinson die al worden behandeld met levodopa. Vivanta had haar generieke producten opgenomen in de G-standaard en aangekondigd deze op de Nederlandse markt te brengen. Volgens Vivanta was het ABC ongeldig, omdat het basisoctrooi slechts een combinatiebehandeling zou beschermen en niet safinamide als afzonderlijke werkzame stof. De voorzieningenrechter verwerpt dit verweer en oordeelt voorshands dat het product safinamide wordt beschermd door het basisoctrooi in de zin van artikel 3, onder a, van de ABC-verordening.

IEF 23183

Geen octrooi-inbreuk door Netflix bij videocompressietechnologie

Rechtbank Den Haag 17 dec 2025, IEF 23183; ECLI:NL:RBDHA:2025:24060 (Broadcom tegen Netflix), https://itenrecht.minab.nl/artikelen/geen-octrooi-inbreuk-door-netflix-bij-videocompressietechnologie

Rb. Den Haag 17 december 2025, IEF 23183; ECLI:NL:RBDHA:2025:24060 (Broadcom tegen Netflix). De Rechtbank Den Haag oordeelt dat Netflix geen inbreuk maakt op het Nederlandse deel van het Europese octrooi EP 2 575 366 van Broadcom, dat ziet op videocompressietechnologie binnen de HEVC-standaard. Broadcom stelde dat Netflix bij het encoderen van video’s één enkele “binary tree” gebruikt om zowel de prediction mode als de partition mode te coderen, zoals geclaimd in conclusies 6 en 7 van het octrooi. Volgens Broadcom volgt dit rechtstreeks uit de toepassing van de HEVC-standaard. Netflix betwistte dit en voerde aan dat de standaard juist uitgaat van afzonderlijke binarisatieprocessen voor deze twee syntaxelementen. De rechtbank volgt Netflix en benadrukt dat de beschermingsomvang van het octrooi moet worden vastgesteld aan de hand van de conclusies, gelezen in het licht van de beschrijving, tekeningen en het verleningsdossier, bezien vanuit het perspectief van de gemiddelde vakpersoon.

IEF 23161

Kazan veroordeeld voor inbreuk op Solvays octrooi op natronloogproces; nietigheids- en voorgebruiksverweren afgewezen

Rechtbank Den Haag 3 dec 2025, IEF 23161; ECLI:NL:RBDHA:2025:22700 (Solvay c.s. tegen Kazan c.s), https://itenrecht.minab.nl/artikelen/kazan-veroordeeld-voor-inbreuk-op-solvays-octrooi-op-natronloogproces-nietigheids-en-voorgebruiksverweren-afgewezen

Rb. Den Haag 3 december 2025, IEF 23161; ECLI:NL:RBDHA:2025:22700 (Solvay c.s. en Kazan c.s.). De Rechtbank Den Haag oordeelt in een bodemzaak tussen Solvay (met licentienemers) en de tot de Turkse Ciner-groep behorende Kazan-vennootschappen over inbreuk op het Europese octrooi EP 2 878 579 (en de daarvan afgeleide divisional-aanvrage EP 3 971 138) voor een verbeterde werkwijze om natronloog (caustic soda) te maken uit een spoelstroom van een soda-ashproductieproces. Solvay stelt dat Kazan in Turkije volgens de geoctrooieerde werkwijze soda ash produceert en dit rechtstreeks verkregen voortbrengsel vervolgens in Nederland verhandelt. Kazan betwist de inbreuk niet inhoudelijk, maar voert vooral aan dat het Nederlandse deel van EP 579 en de divisional nietig zijn wegens gebrek aan nieuwheid en inventiviteit in het licht van Turkse EIA-rapporten, oude Amerikaanse octrooien (US 287, US 054) en handboeken (Garrett, Ullmann). Ook beroept Kazan zich op een recht van voorgebruik. De rechtbank grijpt de zaak aan om te benadrukken dat de uitleg van de conclusies volgens artikel 69 EOV en het Protocol daarop voor zowel de inbreuk- als de geldigheidsbeoordeling dezelfde moet zijn: beslissend is hoe de gemiddelde vakpersoon de conclusies leest, en men mag die uitleg niet “rekken” voor de inbreuk en tegelijk “vernauwen” voor de nietigheidsvraag.

IEF 23141

Rechtbank Den Haag exclusief bevoegd voor octrooirechtelijke geschillen volgens artikel 80 lid 2 ROW

Rechtbank Overijssel 26 dec 2025, IEF 23141; ECLI:NL:RBOVE:2025:6848 (IPS en NB tegen VaxxCoat en SMP), https://itenrecht.minab.nl/artikelen/rechtbank-den-haag-exclusief-bevoegd-voor-octrooirechtelijke-geschillen-volgens-artikel-80-lid-2-row

Rb. Overijssel 26 november 2025, IEF 23141; LS&R 2333; ECLI:NL:RBOVE:2025:6848 (IPS en NB tegen VaxxCoat en SMP). In artikel 80 lid 2 Rijksoctrooiwet (ROW) is aan de rechtbank Den Haag exclusieve bevoegdheid toegekend voor de behandeling van vorderingen die betrekking hebben op het verbieden van octrooi-inbreuk, schadevergoeding en winstafdracht. Deze bevoegdheid strekt zich ook uit over vorderingen tot handhaving van een Europees octrooi. Uitgangspunt is dat de rechtbank in dit geval ambtshalve moet beoordelen of zij relatief bevoegd is van het geschil kennis te nemen.

IEF 23140

Hof: de octrooien vertegenwoordigen geen waarde

Hof Den Haag 5 nov 2025, IEF 23140; ECLI:NL:GHDHA:2025:2412 ([de vrouw] tegen [de man]), https://itenrecht.minab.nl/artikelen/hof-de-octrooien-vertegenwoordigen-geen-waarde

Hof Den Haag 5 november 2025, IEF 23140; ECLI:NL:GHDHA:2025:2412 ([de vrouw] tegen [de man]). Partijen zijn in 1998 getrouwd onder huwelijkse voorwaarden. In 2023 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. De rechtbank Rotterdam heeft zich al eerder uitgesproken over de verdeling van de gemeenschap. [de vrouw] is het daar op een aantal punten niet mee eens en gaat in hoger beroep. Zo voert zij aan dat de rechtbank de octrooien van [de man] ten onrechte op nihil heeft gewaardeerd. Volgens haar vertegenwoordigen de octrooien wel degelijk waarde. De man is jarenlang onbereikbaar geweest voor de vrouw en de kinderen omdat hij aan de octrooien ten grondslag liggen technische uitvinding werkte. De vrouw stelt dat de man dit nooit zou hebben gedaan als de octrooien, dan wel de uitvinding, geen waarde zouden vertegenwoordigen. [de man] betwist dat de technische uitvinding waarop de octrooien rusten voor commerciële doeleinden wordt gebruikt, en de vrouw heeft niet aannemelijk gemaakt dat dat wel het geval is. 

IEF 23040

‘Pay-for-delay’ onrechtmatig: Hof van Justitie bevestigt boetes voor Cephalon en Teva

HvJ EU 23 okt 2025, IEF 23040; ECLI:EU:C:2025:825 (Teva Pharmaceutical Industries, Cephalon tegen Europese Commissie), https://itenrecht.minab.nl/artikelen/pay-for-delay-onrechtmatig-hof-van-justitie-bevestigt-boetes-voor-cephalon-en-teva

Hof van Justitie EU 23 oktober 2025, IEF 23040; IEFbe 4018; ECLI:EU:C:2025:825 (Teva Pharmaceutical Industries, Cephalon tegen Europese Commissie). Cephalon is een Amerikaans biofarmaceutisch bedrijf dat merkgeneesmiddelen en generieke geneesmiddelen produceert. Teva is een internationale farmaceut die actief is op het gebied van generieke geneesmiddelen. Cephalon was houder van octrooien op modafinil, het werkzame bestanddeel van het middel Provigil. Nadat de oorspronkelijke octrooien waren verlopen, wilde Teva een generieke versie van het product op de markt brengen. In 2005 sloten beide bedrijven een schikkingsovereenkomst. Teva stelde haar markttoetreding uit, in ruil voor betalingen en andere voordelen van Cephalon. De Europese Commissie oordeelde in 2020 dat deze overeenkomst een beperking van de mededinging naar strekking vormde, in strijd met artikel 101 VWEU. Zij legde boetes op aan beide ondernemingen. Het Gerecht bevestigde dit oordeel in 2023. Teva en Cephalon stelden daarop hoger beroep in bij het Hof van Justitie. 

IEF 23036

Voorzieningenrechter: licentieovereenkomst mocht niet tussentijds worden beëindigd

Rechtbank Limburg 16 sep 2025, IEF 23036; ECLI:NL:RBLIM:2025:8922 (IFS tegen Isowrap), https://itenrecht.minab.nl/artikelen/voorzieningenrechter-licentieovereenkomst-mocht-niet-tussentijds-worden-beeindigd

Vzr. Rb. Limburg 16 september 2025, IEF 23036; ECLI:NL:RBLIM:2025:8922 (IFS tegen Isowrap). In dit kort geding oordeelt de voorzieningenrechter over de vraag of Isowrap gerechtigd was de exclusieve licentieovereenkomst met IFS over het octrooi op het isolatieproduct "Isobooster" tussentijds te beëindigen. IFS was op grond van die overeenkomst exclusief licentienemer en vordert dat Isowrap het gebruiksrecht niet als vervallen had mogen beschouwen wegens vermeend ongebruik. Isowrap stelt dat bij het tekenen van de licentieovereenkomst mondeling een ontbindende voorwaarde is overeengekomen, IFS zou binnen één maand een productiemachine bouwen. Daarnaast zou het octrooi binnen drie maanden gebruikt moeten worden en mocht PXA doorgaan met de verkoop van Isobooster. Volgens IFS is tijdens het tekenen slechts de ambitie uitgesproken dat een machine gebouwd zou worden. De verklaringen van partijen spreken elkaar tegen. Het zou kunnen dat over een machine is gesproken tijdens de ondertekening van de licentieovereenkomst, maar de voorzieningenrechter kan op basis van de tegenover elkaar staande getuigenverklaringen niet aannemen dat [naam bestuurder 1] bij de ondertekening van de licentieovereenkomst als ontbindende voorwaarde heeft gesteld dat IFS binnen een maand een machine moest bouwen, laat staan dat deze door IFS is aanvaard.  

IEF 23034

Vonroc niet inbreukmakend op soft-close ladderoctrooi

Rechtbank Den Haag 10 okt 2025, IEF 23034; ECLI:NL:RBDHA:2025:18844 ([eiseres] tegen Vonroc), https://itenrecht.minab.nl/artikelen/vonroc-niet-inbreukmakend-op-soft-close-ladderoctrooi

Rb. Den Haag 10 oktober 2025, IEF 23034; ECLI:NL:RBDHA:2025:18844 ([eiseres] tegen Vonroc). De voorzieningenrechter in Den Haag wees in kort geding alle vorderingen van [eiseres] af. [eiseres] stelde dat de telescopische ladders van Vonroc met soft-close mechanisme inbreuk maken op EP 3374589 B1, en eiste onder meer een (grensoverschrijdend) verbod met dwangsommen, opgave, recall, rectificatie, proceskosten ex art. 1019h Rv en een 1019i-termijn. Spoedeisend belang werd aangenomen. De rechter legt het octrooi uit volgens art. 69 EOV en het Protocol en kijkt eerst naar letterlijke inbreuk, daarna naar eventuele equivalente inbreuk. Centraal staat conclusie 1 van EP 589. Die vereist o.a. dat de bedekking onderaan de staander luchtkanalen heeft, met een eerste luchtopening in het smalle cilindrische deel van die bedekking (boven het brede deel), die overeenkomt met een opening (“36”) in de wand van de staander. Vonroc voerde aan dat haar ladders dit niet zo doen en wees ook op oudere techniek (EP 2 770 155 A1 en EP 2 740 879 A2), plus een Gillette-verweer: haar uitvoering zou hooguit een voor de hand liggende variant daarvan zijn.

IEF 23014

Uitspraak ingezonden door Martijn de Lange, OCNL.

De stof durvamulab valt niet onder de eisen van artikel 3 onder a) van de ABC-verordening

Rechtbank Den Haag 15 okt 2025, IEF 23014; SGR 22/1516 OCT'5 (Dana-Farber c.s. tegen OCNL), https://itenrecht.minab.nl/artikelen/de-stof-durvamulab-valt-niet-onder-de-eisen-van-artikel-3-onder-a-van-de-abc-verordening

Rb. Den Haag 15 oktober 2025, IEF 23014; LS&R 2321; SGR 22/1516 OCT'5 (Dana-Farber c.s. tegen OCNL). In 2000 heeft Dana-Farber een Europees octrooi aangevraagd, deze is in 2015 verleend. Het basisoctrooi beschrijft dat het eiwit PD-1, dat voorkomt op het oppervlak van immuuncellen, een receptor is voor het eiwit B7-4 (later PD-L1), dat voorkomt op het oppervlak van veel menselijke cellen. Deze binding zorgt ervoor dat een immuunreactie uitblijft. Het basisoctrooi beschrijft dat modulatie van PD-1, B7-4 en/of de interactie daartussen resulteert in modulatie van de immuunrespons. De immuunrespons kan verminderen of vermeerderen, afhankelijk van de behandeling van aandoeningen waarbij dat voordelig kan zijn. Dana-Farber heeft niet-exclusieve licentieovereenkomsten gesloten met drie verschillende bedrijven. Die bedrijven kunnen op basis van het basisoctrooi antilichamen ontwikkelen voor geneesmiddelen. AstraZeneca heeft een geneesmiddel ontwikkeld voor de behandeling van niet-kleincellige longkanker (NSCLC) met durvalumab als werkzame stof. Zij hebben hiervoor een handelsvergunning gekregen. Roche Registration heeft een geneesmiddel ontwikkeld met atezolizumab als werkzame stof. Merck KGaA met avelumab. Op 19 maart 2017 heeft Dana-Farber c.s. een aanvraag gedaan voor een aanvullend beschermingscertificaat voor het product durvalumab (en de andere twee stoffen) OCNL heeft deze aanvraag afgewezen. Dana-Farber c.s. is tegen die beslissingen in beroep gekomen. Ook dit heeft OCNL afgewezen. Dana-Farber c.s. stapte naar de rechter. Volgens de rechter is niet in het geschil of de aanvraag aan de voorwaarden van artikel 3 onder b), c) en d) van de ABC-verordening voldoet. Partijen verschillen van mening over het antwoord op de vraag of in dit geval aan artikel 3 onder a) van de ABC-verordening is voldaan, wordt het product (durvalumab) beschermd door het basisoctrooi. Eén van de onderwerpen van het basisoctrooi is het gebruik van anti-B7-4-antilichamen voor het moduleren van een immuunreactie en voor het behandelen van individuen met een tumor, neurologische – of immunosuppressieve aandoening. In het basisoctrooi wordt durvalumab niet genoemd als een voorbeeld van een geschikt anti-B7-4-antilichaam. Maar het voldoet wel aan de algemene functionele definitie van anti-B7-4 antilichamen in de conclusies. 

IEF 22991

Geen grond voor vernietiging farmaceutische formuleringsoctrooien

Rechtbank Den Haag 1 okt 2025, IEF 22991; ECLI:NL:RBDHA:2025:18108 (Samsung tegen Regeneron), https://itenrecht.minab.nl/artikelen/geen-grond-voor-vernietiging-farmaceutische-formuleringsoctrooien

Rb. Den Haag 1 oktober 2025, IEF 22991; LS&R 2317; ECLI:NL:RBDHA:2025:18108 (Samsung tegen Regeneron). De Rechtbank Den Haag beslist in het geschil tussen Samsung Bioepis NL en Regeneron over twee formuleringsoctrooien voor het oogmiddel aflibercept (Eylea): EP 2 364 691 (EP 691) en EP 2 944 306 (EP 306). Samsung wilde beide octrooien vernietigd krijgen (toegevoegde materie, geen geldige prioriteit, gebrek aan nieuwheid en inventiviteit) en vroeg een zogeheten Gillette/Arrow-verklaring. Regeneron stelde in reconventie dat Samsungs biosimilar Opuviz inbreuk maakt. De rechtbank oordeelt dat de aanmeldingen én het prioriteitsdocument (US 484) de combinatie van aflibercept met de genoemde hulpstoffen en ranges rechtstreeks en ondubbelzinnig openbaren; er is dus geen toegevoegde materie en de prioriteit is geldig. De kernkenmerken (o.a. natriumfosfaatbuffer, sucrose, polysorbaat, toniciteitsmiddel en pH-bereik) zijn ook niet eerder nieuwheidsschadelijk geopenbaard in WO 852, Fraser of WO 650, omdat die bronnen geen intravitreale, oftalmische formulering in de vereiste (iso)toniciteit laten zien. Uitgaande van US 234 (mini-trap) komt de vakpersoon niet routinematig en met redelijke succesverwachting tot de specifieke, intravitreaal geschikte aflibercept-formulering; de vereiste balans van pH, stabiliteit, (co)solventen en viscositeit maakt dit niet-triviaal. EP 691 blijft daarom in stand; EP 306 blijft beperkt in stand volgens Regenerons (in oppositie verdedigd) hoofdverzoek (aangepaste conclusie 1). De gevraagde Gillette/Arrow-verklaring van Samsung wordt afgewezen.