AUTEURSRECHTDEBAT: In het belang van de vooruitgang, cultuur én creatieve makers: het auteursrecht op de schop
|
1. De snel wijzigende marktverhoudingen en inkomstenverdeling in de creatieve sector. |
|
1. De snel wijzigende marktverhoudingen en inkomstenverdeling in de creatieve sector. |
|
De prachtige stad Havana doet op sommige plaatsen denken aan oorlogsgebied. En nog erger is de weerlegging van de socialistische premisse dat ieder naar vermogen bijdraagt aan de collectieve welvaart. Ik hoorde van een Cubaanse arts dat de jeugd massaal kiest voor banen in de toeristenindustrie in plaats van academische studies te volgen, omdat je als ober vele malen meer verdient door fooien in buitenlandse valuta. Het definitieve bewijs dat ook in een communistische heilstaat marktprincipes het gedrag bepalen en het laatste bezit, de eigen arbeidskracht, aangewend wordt om het eigen belang te dienen. Wie denkt dat hiermee de laatste communistische sympathisanten zich gewonnen geven, komt bedrogen uit. In ons land manifesteert zich een stroming die ik gemakshalve aanduid met de term ‘artistiek communisme’. Het socialistisch adagium ‘bijdragen naar vermogen en consumeren naar behoefte’ impliceert in dit kader dat in de digitale omgeving kunstenaars geacht worden hun creaties om niet beschikbaar te stellen teneinde de consument in staat te stellen hier vrijelijk gebruik van te maken. Deze consumentvriendelijke maar kunstenaarsvijandige opvatting wordt merkwaardig genoeg het meest gehoord bij politieke partijen die zeggen het beste met de vaderlandse cultuur voor te hebben. Zelfs na de uitspraak van het Europese Hof over thuiskopiëren vanaf een illegale bron benadrukken zij dat de consument geen strobreed in de weg gelegd mag worden, daarmee volkomen voorbijgaand aan de belangen van de makers. Al dan niet in samenhang daarmee bepleiten D66 en PvdA wel dat er niet verder bezuinigd mag worden op cultuursubsidies en de nieuwe colleges in de grote steden voegen de daad op dat punt bij het woord. Hoe sympathiek dat ook is, het versterkt de disbalans in cultuurfinanciering in ons land. Cultuur financieren via algemene middelen is noodzakelijk, maar makers in staat stellen de exploitatie zelf tot een succes te maken even zo goed. Al in de 19e eeuw , toen Marx en Engels hun Communistisch Manifest hadden gepubliceerd, beweerde Alfred Marshall het tegendeel. Ondernemerschap gestoeld op privébezit en open concurrentie, is de motor achter innovatie en economische vooruitgang. De geschiedenis heeft Marshall gelijk gegeven. Deze misschien wel belangrijkste les van de economische wetenschap geldt in versterkte mate voor de wereld van kunst en cultuur vanwege de specifieke marktomstandigheden. De gedrevenheid van kunstenaars veroorzaakt een permanent overaanbod terwijl consumenten onzeker zijn hoe de juiste keuzes te maken. In een dergelijke zeer competitieve markt is ondernemerschap noodzakelijk om over een langere periode succesvol te kunnen creëren. Ik ben ervan overtuigd dat in de meeste gevallen van geslaagd kunstenaarschap, ondernemerschap en goed management de kurk vormen waar het succes op drijft. Dat impliceert dat kunstenaars in ieder geval in staat moeten worden gesteld om de exploitatie van hun eigen creaties zelf ter hand te nemen, ook en met name in de digitale omgeving. Vernieuwing van het auteursrecht zou dan ook wat mij betreft moeten inhouden dat creatieven meer middelen aangereikt krijgen om de digitale exploitatie van hun producten te beschermen. Pim van Klink |
Het is nog maar iets meer dan een week geleden dat eurocommissaris Neelie Kroes een vlammend betoog hield voor liberalisering en flexibilisering van het Europees auteursrecht. Het Europees auteursrecht in huidige vorm zou niet de groei en bloei van de Europese economie en samenleving bevorderen, maar juist belemmeren. Het Europees auteursrecht zou moeten zorgen voor creativiteit en innovatie, het zou makers moeten belonen, één digitale Europese markt mogelijk moeten maken en vooral gehoor moeten geven aan de behoeften uit de maatschappij. Dit is echter geenszins het geval: |
Today, the EU copyright framework is fragmented, inflexible, and often irrelevant. It should be a stimulant to openness, innovation and creativity, not a tool for of obstruction, limitation and control. |
Henk Westbroek, 'Het slavernijmodel als ideaalbeeld', Sena Performers Magazine, p. 27.
Bijdrage ingezonden door SENA Performers. Sena zamelt geld in dat bestemd is voor muzikanten. Omdat muzikanten ontzettend aardig zijn, vinden ze het goed dat Sena van hun geld festivals subsidieert die een te grote ambitie hebben om financieel quitte te kunnen spelen. Bevrijdingsfestivals bijvoorbeeld. Het idee achter die subsidies is dat die festivals leuk en leerzaam voor de bezoekers zijn en dat het meegenomen is dat ze werkgelegenheid voor muzikanten scheppen. Dat die festivals voor bezoekers gratis zijn, werd jarenlang als excuus gebruikt om de optredende artiesten helemaal niet of zwaar ondermaats te betalen. De wat bekendere bands moesten voor half geld of ietsje minder spelen omdat ze de kans kregen om voor een groot publiek op te treden en die bands die nog bekend moesten worden kregen helemaal niks omdat ze zich konden presenteren.
(...) Waarom het fatsoen om mensen die werk verrichten ook netjes te betalen ophoudt bij de muzikanten die voor de faam van
het festival of de zaal zorgen, is me een raadsel. Dat ze het voor een handvol droge rijst moeten doen wordt ook wel eens
goedgepraat met het argument dat de beste kunst gevoed wordt door honger. Alsof je van honger niet doodgaat.
Henk Westbroek
|
Dergelijke verdienmodellen zijn in de moderne economie overigens niet ongebruikelijk. Zo krijgt een auteur 10-15% van de verkoopprijs van een boek, de boekhandel 40% en de uitgever rond de 50%. Voor de muziekindustrie liggen de percentages mogelijk nog nadeliger voor de creatieve presteerder. Ook in online games komt een vergelijkbaar verdienmodel voor. De Chinese speler krijgt 2 of 3 dollar per week voor het 7 dagen per week 12 uur per dag spelen van World of Warcraft, het Chinese bedrijfje verkoopt de virtuele prestaties voor 30 dollar door en het Amerikaanse bedrijf brengt het voor 400 dollar aan de man. Precies de verhoudingen uit het fictieve voorbeeld van de Svensson-zaak. De crux ligt in het concept publiek: een onbepaald aantal potentiële ontvangers. De link ziet op alle potentiële gebruikers van de door deze persoon beheerde website, en dus op een onbepaald en vrij groot aantal ontvangers. Echter, dat iedereen via de link naar de pagina kan gaan laat onverlet dat de werken op de oorspronkelijk website zonder beperkende maatregel werden aangeboden, dus vrij toegankelijk waren voor alle internetgebruikers.(…) |
Vol verwachting keek linkend Nederland uit naar de beslissing van het Europese Hof op 13 februari 2014. Wat zou het ons brengen? Zou de discussie zachtjes uitdoven over de status van de link na deze uitspraak of zou het juist veel stof doen opwaaien? Dat er helderheid nodig was, is duidelijk. Webwereld spreekt over een ‘epische overwinning voor hyperlink en embedded link’ , The IPKat spint gerieflijk van tevredenheid en zelfs Stichting BREIN juicht de uitspraak toe. Het internet zou inclusief de rechthebbenden zijn gered. Is hier echter alles mee gezegd? |
Waar ging het om? Aan de ene kant staat een groepje van journalisten, waaronder Nils Svensson, die verscheidende krantenartikelen hebben geschreven en gepubliceerd gekregen in zowel de krant als op de website van Göteborgs-Posten. Aan de andere kant staat Retriever Sverige die een website exploiteert die haar klanten, volgens hun behoeften, lijsten van aanklikbare internetlinks naar op andere websites gepubliceerde artikelen verstrekt, waaronder de artikelen van de journalisten. De journalisten waren het hiermee sterk oneens en maakten bezwaar. De vraag was echter: Is het wel toegestaan om op een website hyperlinks aan te bieden naar deze krantenartikelen? De artikelen waren immers legaal en vrij toegankelijk te raadplegen. En is er dus wel sprake van een auteursrechtelijk relevante openbaarmaking? Het HvJ EU had het antwoord reeds klaar, zonder een conclusie van de advocaat-generaal te vragen: hyperlinken is geen mededeling aan een nieuw publiek en is daarom geen openbaarmaking. Het publiek van de internetgebruikers is immers hetzelfde gebleven. Dit geldt evenwel alleen voor gevallen waarin de bron waarnaar wordt gehyperlinkt vrij toegankelijk is. Wat denkt u? Lotte Anemaet |
Recent heeft Dirk Visser tien kennisclips intellectuele eigendom gemaakt. Het zijn korte filmpjes van tussen de acht en de tien minuten. Ze zijn bedoeld als inleiding en aanvulling op het onderwijs voor de eerstejaars rechtenstudenten in Leiden. Deze ‘kennisclips IE’ kunnen ook dienen als eerste kennismaking met de verschillende deelgebieden van het recht van de intellectuele eigendom voor studenten aan andere universiteiten of hbo-instellingen en voor andere belangstellenden. Voorkennis is niet nodig. De kennisclips zijn hieronder te vinden: Het is - zoals bekend uit het Svensson-arrest [IEF 13540] - toegestaan naar deze kennisclips te linken of deze te embedden, bij voorkeur met bron- en naamsvermelding:
De kennisclips IE hebben de volgende onderwerpen:
1. Handelsnaamrecht, ‘Uit een beeldscherm komt geen bier’.
2. Merkinschrijving, ‘Have a break’.
3. Merkinbreuk, ‘Een borrel met een zeepsmaak’.
4. Modellenrecht, ‘Not as cool’.
5. Auteursrechtelijk werk, ‘Ze heeft de zwarte band winkelen’.
6. Muziekauteursrecht, ‘De Turijnse tandarts’.
7. Octrooiinschrijving, ‘Pingpongballetjes in de Donald Duck’.
8. Uitleg van een octrooi, ‘De kromlijnige beweging’.
9. Onstoffelijkheid, ‘Het best bewaarde geheim’.
10. Slaafse nabootsing, ‘Imitation is the life blood of competition’.
De kennisclips hoeven niet in deze volgorde te worden bekeken en kunnen eventueel gebruikt worden in combinatie met het boekje ‘Hoofdstukken intellectuele eigendom’.
Sommige verwijzingen zijn mogelijk al weer iets verouderd, zoals die naar het Marco del Corso-arrest [IEF 11045] (dat sinds het OSA-arrest [IEF 13584] mogelijk niet meer voor auteursrechtrecht geldt) en het Apple/Samsung-arrest [IEF 12714] (dat sinds het Karen Millen-arrest [IEF 13959] mogelijk deels is achterhaald, maar voor een eerste kennismaking met het rechtsgebied lijkt dit geen al te groot probleem).
De kennisclips zijn gemaakt bij het Centre for Innovation van de Campus Den Haag van de Universiteit Leiden door Thomas Hurkxkens met hulp van Leidse studenten voor wie dit onderdeel uitmaakte van het Honours College Law programma, te weten Anne-Marie Beens, Nesli Cubukcu, Joanne van Eenennaam, Mesut Korkmaz, Anna Nijmeijer en Kumar Roepnarain.
Neelie Kroes, 'Our single market is crying out for copyright reform', SPEECH/14/528(...) Information Influx International Conference at Institute for Information Law, Amsterdam, 2 July 2014.
Today, the EU copyright framework is fragmented, inflexible, and often irrelevant. It should be a stimulant to openness, innovation and creativity, not a tool for of obstruction, limitation and control.Things need to change in Europe and they need to change right now. It's obvious, as other parts of the world have already seen. In 2009, Japan introduced a copyright exception covering text and data mining: including for commercial use. In Canada in 2012, they added an exception for non-commercial user-generated content.
In none of those places has the sky fallen in. All of those places are now innovating, creating, progressing, while the EU lumbers by with an ageing system for an analogue age. Sometimes it is hard to find the middle ground between different principles, to fairly balance different interests. Not in this case – the solution is already staring us in the face. It doesn't even have to be about principles – it's about aligning with current practices, with what most people are already doing. These opportunities should not just be available to those who can afford expensive lawyers, or are prepared to ignore the law all together. They should be for everyone. (...)
CC Proof lanceert een nieuwe website waarmee uitvindingen en concepten veilig online via de smartphone geregistreerd kunnen worden. Voor 75 euro per jaar kan onbeperkt ideeën geregistreerd worden als wettelijke bescherming tegen inbreuk op intellectueel eigendom. "Het gebruik van CC Proof is de afgelopen jaren exponentieel toegenomen," zegt Mr. Alphons Geerlings van CC Proof. "Bedrijven en particulieren registreren steeds meer ideeën voor apps, producten, tv-programma's, mode en kunst. Dat vroeg om een nieuw en gebruiksvriendelijk platform dat ook via smartphones is te benaderen."
Technologische uitvindingen bescherm je tegen diefstal met patenten. Dit is echter een tijdrovend en kostbaar proces, dat bovendien niet van toepassing is op andere creatieve ideeën. CC Proof is een initiatief van De Merkplaats, een Amsterdamse juridische dienstverlener op het terrein van merken en auteursrecht. Mr. Alphons Geerlings begon zes jaar geleden met CC Proof, als alternatief voor de bewijsregistraties van de Belastingdienst, een dienst die per 1 januari 2013 uit kostenoverwegingen werd stopgezet. Geerlings: "Mensen konden ideeën op papier beschrijven en deze dossiers door de Belastingdienst laten verzegelen met een tijdstempel om als het ware de geboortedatum van het idee vast te leggen. Dat was erg arbeidsintensief en bovendien niet meer van deze tijd. Wij hebben toen een maatschappelijk verantwoord en modern alternatief ontwikkeld voor de bewijsregistraties van de Belastingdienst." De nieuwe website van CC Proof werd ontwikkeld door de Amsterdamse softwareontwikkelaar GlobalOrange, dat gespecialiseerd is het ontwikkelen van schaalbare en gebruiksvriendelijke online diensten.
Mobiel gebruiksgemak De website van CC Proof moest volgens Geerlings vernieuwd worden om beter tegemoet te komen aan de hedendaagse eisen. "Gebruikers verwachten tegenwoordig flow in apps en op websites, ofwel een soepele manier om door menu's te bewegen," zegt Geerlings. "Er was daarom meer gebruikersgemak nodig, een moderne vormgeving en vooral mobiele toegang. GlobalOrange was voor ons de juiste partij om dit nieuwe platform te realiseren op een professionele en snelle manier."
Yvo Gortemaker, directeur van GlobalOrange, is erg tevreden over het resultaat: "Onze ontwikkelaars hebben een robuust platform gebouwd, waarin veel processen zijn geautomatiseerd en documenten op een uiterst veilige manier worden opgeslagen en ook met anderen gedeeld kunnen worden. CC Proof biedt hiermee een dienst waarmee creatieve mensen al hun ideeën altijd en overal, veilig kunnen registreren."
Onbeperkt registreren Naast het volledig vernieuwen van het platform is de dienstverlening van CC Proof ook aangepast. "Voorheen betaalde je als gebruiker 75 euro voor 10 registraties per jaar," zegt Geerlings. "Nu kun je voor datzelfde bedrag onbeperkt ideeën registreren. Daarnaast is het mogelijk om vanuit CC Proof op een veilige manier je ideeën met anderen te delen. Dit werkt via een beveiligde en geregistreerde e-mail, zodat een derde partij niet ongestraft met je idee aan de haal kan gaan.”
Verder kunnen ideeën ook verkocht worden via een online markplaats in het nieuwe platform van CC Proof. Geïnteresseerde ondernemers en bedrijven als TNT, Philips en Eyeworks kunnen hierdoor kopers of investeerders worden van de ideeën die via CC Proof zijn vastgelegd."
Alle gebruikers van de dienst mogen het CC Proof zegel op hun website gebruiken. Dit heeft zowel een preventief effect als een lucratief effect. Geerlings: “Het toont aan dat je bewijs hebt voor je auteursrechtelijk beschermde werk, wat plagiaat minder aantrekkelijk maakt. Daarnaast krijg je 10 procent provisie over nieuwe klanten die via jouw website bij ons komen.”
Geerlings verwacht dat CC Proof de komende jaren nog veel zal groeien. "Er komen steeds meer registraties uit de academische hoek, maar ook op het gebied van softwareontwikkeling en allerlei entertainmentconcepten. Met dit nieuwe CC Proof-platform zijn we klaar voor de toekomst."
Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie-Fiche: Mededeling ‘De Europese film in het digitale tijdperk', Kamerstukken II 2013-2014, 22 112, nr. 1872
Deze mededeling van de Europese Commissie bestaat uit drie onderdelen:
1. Een uitgebreide, met cijfers onderbouwde, stand van zaken van de Europese filmsector.
2. Een uiteenzetting van de uitdagingen die volgens de Europese Commissie zouden moeten worden aangepakt om Europese films toegankelijk en aantrekkelijk te maken voor een breder publiek en om Europese films en filmbedrijven meer rendabel te maken.
3. Een conclusie die stelt dat er behoefte is aan debat tussen alle betrokken partijen en op alle niveaus over filmbeleid in Europa. De concrete actie in deze mededeling is dat de Commissie daartoe het Europees Filmforum op zal richten.
4. Nederlandse positie over de mededeling
In de Nederlandse reactie op het Groenboek over een convergerende audiovisuele wereld heeft Nederland gepleit voor terughoudendheid met Europese regulering en protectie van de audiovisuele industrie.4 Tegelijk staat Nederland positief tegenover grensoverschrijdende distributie van films in EU-lidstaten en daarbuiten en het huidige Nederlands filmbeleid stimuleert dit dan ook middels regelingen binnen het Nederlands Filmfonds.
Nederland is gebaat bij een sterke Europese filmindustrie en een open filmmarkt. Zonder dat dit Europese regulering tot gevolg heeft, is het Europees Filmforum een instrument dat potentieel bij kan dragen aan grensoverschrijdende distributie. De beoogde kennisuitwisseling over hoe de nationale, regionale en EU-audiovisuele beleidskaders beter op elkaar aan kunnen sluiten kan hiertoe leiden. De keuze voor de oprichting van het Filmforum sluit goed aan bij de constatering dat er vanwege de eerder genoemde uitdagingen behoefte is aan debat, tussen alle betrokken partijen en op alle niveaus, over filmbeleid in Europa. In potentie kan dit bijdragen aan de versterking van de Nederlandse audiovisuele industrie in aanvulling op andere reeds bestaande programma’s. Bovendien is het positief dat het Filmforum zal bestaan uit experts uit de filmsector, waardoor wordt gewaarborgd dat de gedeelde kennis in de filmsectoren van de individuele lidstaten
terugvloeit.