Gepubliceerd op donderdag 14 mei 2026
IEF 23552
Rechtbank Midden-Nederland ||
15 apr 2026
Rechtbank Midden-Nederland 15 apr 2026, IEF 23552; ECLI:NL:RBMNE:2026:1893 ([eiser] tegen Mijndomein), https://itenrecht.minab.nl/artikelen/rb-midden-nederland-mijndomein-niet-aansprakelijk-voor-hogere-kosten-premium-domeinnaam

Rb. Midden-Nederland: Mijndomein niet aansprakelijk voor hogere kosten ‘premium’ domeinnaam

Rb. Midden-Nederland 15 april 2026, IEF 23552; ECLI:NL:RBMNE:2026:1893 ([eiser] tegen Mijndomein). De kantonrechter van de Rechtbank Midden-Nederland heeft de vorderingen afgewezen van een domeinnaamhouder die stelde dat Mijndomein B.V. een overeenkomst was aangegaan om de verhuizing en instandhouding van zijn domeinnaam voor €110,96 per jaar te verzorgen. Nadat eiser via de website van Mijndomein een verhuizing van de domeinnaam had aangevraagd, ontving hij bericht dat sprake was van een “premium” domeinnaam waarvoor jaarlijkse registratiekosten van €2.299 golden. Eiser vorderde aanvankelijk levering van de domeinnaam tegen het basistarief en wijzigde later zijn eis in een verklaring voor recht dat de bindende jaarprijs €110,96 bedroeg. De kantonrechter liet verschillende laat ingediende stukken en een omvangrijke eiswijziging buiten beschouwing wegens strijd met de goede procesorde, onder meer vanwege de omvang, ongeordendheid en het te late moment van indiening. Omdat de domeinnaam inmiddels al aan eiser was geleverd, ontbrak bovendien belang bij de oorspronkelijke leveringsvordering.

Inhoudelijk oordeelt de kantonrechter dat tussen eiser en Mijndomein uitsluitend een bemiddelingsovereenkomst tot stand was gekomen en niet een overeenkomst waarbij Mijndomein zich had verbonden de domeinnaam tegen een vast tarief te registreren en in stand te houden. Mijndomein trad enkel op als tussenpersoon bij de verhuizing van de domeinnaam en ontving daarvoor geen vergoeding; de daadwerkelijke registratiekosten worden doorbetaald aan andere partijen in de domeinnaamketen, zoals de registrar en registry. Nadat Mijndomein bij de registrar had geïnformeerd, bleek dat voor deze premium domeinnaam hogere registratiekosten golden dan het standaardbedrag van €110,96. Volgens de kantonrechter was eiser hierover tijdig geïnformeerd, vóórdat hij het uiteindelijke aanbod had aanvaard, en had hij vervolgens de keuze om het aanbod niet te accepteren, de overeenkomst te annuleren en het reeds betaalde bedrag terug te ontvangen. Daarbij acht de kantonrechter van belang dat eiser zelf goed bekend was met domeinnamen, een omvangrijke domeinnaamcollectie had en wist dat het om een uitzonderlijk dure premium domeinnaam ging waarvoor hij ook bij een eerdere registrar hoge bedragen betaalde. Omdat Mijndomein niet verantwoordelijk is voor de hoogte van de registratiekosten en de registrar en registry geen partij waren in de procedure, wordt de gevraagde verklaring voor recht afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.

Levering domeinnaam

3.3

[eiser] stelt dat hij omstreeks 18 juni 2025 via de website van Mijndomein een verhuizing van zijn domeinnaam [domeinnaam] (hierna: de domeinnaam) heeft besteld voor € 110,96 (per jaar). Hierdoor is volgens hem een overeenkomst tot stand gekomen door aanbod en aanvaarding. Op dezelfde dag ontvangt hij echter een bericht van Mijndomein dat het een “premium” domeinnaam betreft en dat de prijs € 2.299,00 is per jaar. [eiser] vindt dat Mijndomein de domeinnaam moet leveren met inachtneming van de eerstgenoemde (en reeds betaalde) prijs van € 110,96. Verder is van belang dat [eiser] goed bekend is in de wereld van de domeinnamen, hij domeinnamen verzamelt en een groot aantal domeinnamen op zijn naam heeft staan.

3.4

Inmiddels is de domeinnaam al aan [eiser] “geleverd”. De door [eiser] gevorderde levering van de domeinnaam en daaraan gekoppelde dwangsom zullen daarom bij gebrek aan belang worden afgewezen.

3.5

Op de mondelinge behandeling heeft [eiser] aangegeven zijn eis te willen wijzigen overeenkomstig de overgelegde “akte actualisatie eis wegens bereikte levering.” Daarin worden echter allerlei nieuwe vorderingen ingesteld die veelal een andere grondslag en/of betrekking op andere partijen hebben. Alleen de vordering onder b (over de jaarprijs) houdt verband met de oorspronkelijke vordering en zal hierna worden behandeld.

De overige vorderingen worden buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde.