7 mei 2025
Normaal gebruik van het merk ZOOM in de Benelux
BenGH 7 mei 2025, IEF 23276; IEFbe 4105; C 2024/10 (Zoom Video Communications, Inc. tegen Kabushiki Kaisha Zoom). In deze zaak oordeelt het Benelux-Gerechtshof over een verzoek van Zoom Video Communications, Inc. tot vervallenverklaring wegens niet-gebruik van het oudere Benelux-woordmerk ZOOM, dat toebehoort aan Kabushiki Kaisha Zoom. Het geschil draait om de vraag of het merk in de periode 2016–2021 normaal is gebruikt voor de waren waarvoor het is ingeschreven in de klassen 9 en 15. Het Hof bevestigt het uitgangspunt dat van normaal gebruik sprake is wanneer het merk reëel commercieel wordt gebruikt om afzet te vinden of te behouden, waarbij een globale beoordeling plaatsvindt aan de hand van onder meer aard van de waren, marktkenmerken en omvang en frequentie van het gebruik. Bij ruime warenomschrijvingen moet worden onderzocht of zelfstandige subcategorieën kunnen worden onderscheiden op basis van doel en bestemming; alleen dan kan verval gedeeltelijk worden uitgesproken.
Toegepast op het geval oordeelt het Hof dat normaal gebruik wel is aangetoond voor geluidsapparatuur en randapparatuur voor video’s (klasse 9), evenals voor elektronische muziekinstrumenten (klasse 15), met name door verkoop van audio-opnameapparatuur en de ARQ-synthesizer. Voor audiovisuele onderwijsapparatuur acht het Hof het bewijs echter onvoldoende: uit de overgelegde stukken blijkt niet dat de betrokken producten daadwerkelijk voor onderwijsdoeleinden zijn gebruikt. In zoverre wordt de beslissing van het BBIE vernietigd en het merk vervallen verklaard. Voor het overige blijft de inschrijving in stand en wordt geen eerdere vervaldatum vastgesteld, omdat niet is aangetoond dat vóór de relevante periode geen normaal gebruik plaatsvond.
45 Ter staving van haar normale gebruik van het Merk heeft verweerster verkoopfacturen voor klanten in de Benelux, catalogi, stukkenbetreffende verkopen door haar Benelux-distributeur, getuigenissen, screenshots van websites van wederverkopers in de Benelux, lijsten van ontvangers van de nieuwsbrieven van de distributeur en lijsten van waren overgelegd, die als zodanig niet worden betwist.
46 Met betrekking tot geluidsapparatuur blijkt met name uit de door facturen ondersteunde verkoopafschriften dat tijdens de Relevante periode draagbare geluidsopnametoestellen, podcast audio recorders, synthesizers en audio interfaces onder het Merk op de markt zijn gebracht en verkocht in de drie Benelux-landen. Deze stukken worden gestaafd door de nieuwsbrieven ter promotie van de genoemde waren, die tijdens de Relevante periode naar klanten in de Benelux zijn gestuurd en door de schriftelijke verklaringen van de Beneluxdistributeur van het Merk. Volgens de schriftelijke verklaring van de distributeur bedroeg de verkoop van deze waren tot € 1.592.517,- per jaar, voldoende om normaal gebruik van het Merk voor de genoemde waren vast te stellen.
47 Anders dan verzoekster betoogt, kunnen deze waren – die alle deel uitmaken van de categorie geluidsapparatuur – niet in zelfstandige subcategorieën worden onderverdeeld op basis van het doel of de bestemming van de waren. Een beperking tot draagbare geluidsopnametoestellen zou er immers toe leiden dat een deel van de door verweerster onder het merk in de handel gebrachte waren niet in aanmerking zou worden genomen. Een beperking tot de gebruikersgroep “ muzikanten en artiesten ” zou bovendien onnauwkeurig en willekeurig zijn.
48 Normaal gebruik voor geluidsapparatuur is derhalve aangetoond. Met betrekking tot randapparatuur voor video’s merkt het Hof allereerst op d