DOSSIERS
Alle dossiers
Gepubliceerd op dinsdag 6 januari 2026
IEF 23190
||
27 nov 2025
27 nov 2025, IEF 23190; ECLI:EU:C:2025:930 (Fauré Le Page Maroquinier SAS en Fauré Le Page Paris SAS tegen Goyard ST-Honoré SAS), https://itenrecht.minab.nl/artikelen/jaartal-1717-in-luxe-merken-a-g-ziet-geen-automatische-nietigheid-wegens-misleiding

Jaartal “1717” in luxe-merken: A-G ziet geen automatische nietigheid wegens misleiding

Conclusie AG HvJ EU 27 november 2025; IEF 23190; IEFbe 4076; ECLI:EU:C:2025:930 (Fauré Le Page Maroquinier SAS, Fauré Le Page Paris SAS tegen Goyard ST-Honoré SAS). Advocaat-generaal Emiliou bespreekt of twee Franse (woord/beeld)merken van Fauré Le Page Paris met het jaartal “1717” nietig moeten worden verklaard als misleidend onder artikel 3 lid 1 onder g van Richtlijn 2008/95 (weigering/nietigheid bij misleidende merken). Goyard betoogt dat “1717” consumenten doet geloven dat Fauré Le Page als onderneming al sinds 1717 bestaat en dat de luxe lederwaren daardoor een eeuwenoud vakmanschap, kwaliteit en prestige hebben, terwijl de huidige vennootschappen pas in 2009/2011 zijn opgericht. In Frankrijk zijn hierover verschillende uitspraken gedaan; na cassatie oordeelde de rechter in hoger beroep in 2021 dat “Paris 1717” bij het publiek een indruk van historische continuïteit kan wekken en dat dit bij luxegoederen relevant is. De Cour de cassation vraagt daarom of een (mogelijk fictief) jaartal in een merk kan volstaan voor “werkelijke misleiding of een voldoende ernstig risico van misleiding” en of misleiding ook kan gaan over info over de merkhouder die de productperceptie beïnvloedt.

De A-G adviseert het Hof om deze nietigheidsgrond beperkt uit te leggen. Volgens hem kan een merk alleen onder art. 3(1)(g) nietig zijn als het het publiek kan misleiden over een kenmerk van de waren of diensten, niet enkel over een kenmerk van de houder (zoals oprichtingsjaar). Daarnaast moet het merk zo’n productkenmerk voldoende specifiek en ondubbelzinnig communiceren; een los jaartal is daarvoor doorgaans te meerduidig (het kan ook verwijzen naar de historische voorganger, een ontwerpjaar, een techniek of zelfs een fictieve claim). Cruciaal is ook dat nietigheid ab initio wordt beoordeeld: alleen het teken zelf en de waren/diensten uit de inschrijvingsaanvraag mogen worden betrokken; “extrinsieke” feiten zoals de werkelijke oprichtingsdatum van de huidige houder tellen niet mee bij art. 3(1)(g). Wel benadrukt hij dat mogelijke misleiding rond traditie/continuïteit later eventueel via vervallenverklaring wegens gebruik (art. 12 lid 2 onder b) of via andere routes (oneerlijke mededinging/consumentenbescherming, of kwade trouw) kan worden bestreden.

41.      Gelet op een en ander ben ik van mening dat een merk dat het publiek enkel kan misleiden ten aanzien van een kenmerk van de houder ervan, zoals diens oprichtingsjaar, en niet ten aanzien van een kenmerk van de erdoor aangeduide waren of diensten, niet nietig kan worden verklaard op grond van deze bepaling.

44.      In dit verband herinner ik er echter aan dat een merk slechts op grond van artikel 3, lid 1, onder g), van richtlijn 2008/95 nietig kan worden verklaard wanneer het niet alleen het publiek kan misleiden ten aanzien van een kenmerk van de waren of diensten waarop het betrekking heeft, maar het dat kenmerk ook voldoende specifiek aanduidt. Volgens vaste rechtspraak van het Gerecht – die volgens mij door het Hof dient te worden bevestigd – kan er geen sprake zijn van misleiding ten aanzien van de beschermde waren en diensten wanneer een merk geen voldoende specifieke en duidelijke boodschap overbrengt over die waren en diensten of de kenmerken ervan, maar er slechts op zinspeelt.(14)

45.      Het louter opnemen van een jaartal in een merk – zonder dat duidelijk te kennen wordt gegeven dat het (beweerdelijk) om het oprichtingsjaar van de merkhouder gaat – vormt mijns inziens als zodanig geen voldoende specifieke aanduiding.

46.      Zonder enige nadere precisering kan een dergelijk jaartal immers door het publiek worden opgevat als het oprichtingsjaar van de vennootschap die thans de waren vervaardigt of verkoopt dan wel de diensten verricht waarop het merk betrekking heeft – en die een andere rechtspersoon of natuurlijke persoon kan zijn dan de merkhouder – of als het oprichtingsjaar (of een ander belangrijk jaar in de geschiedenis) van de vennootschap die deze waren aanvankelijk heeft vervaardigd of deze diensten aanvankelijk heeft verricht en later haar activa aan een andere entiteit heeft overgedragen. Indien in casu deze laatste opvatting zou worden gevolgd, dan zouden de litigieuze merken mijns inziens – onder voorbehoud van beoordeling door de verwijzende rechter – nauwelijks kunnen worden beschouwd als misleidend voor het publiek, aangezien Maison Fauré Le Page, de oorspronkelijke producent van de waren die Fauré Le Page in de handel brengt, in 1717 bestond (na een jaar eerder, in 1716, te zijn opgericht).