Gepubliceerd op donderdag 30 april 2026
IEF 23520
Hof Den Haag ||
7 apr 2026
Hof Den Haag 7 apr 2026, IEF 23520; ECLI:NL:GHDHA:2026:546 (Ice Labs tegen IEH), https://itenrecht.minab.nl/artikelen/hof-den-haag-stakingsbevel-wegens-merkinbreuk-op-uniemerk-ice-niet-geschorst-rectificatiebevel-voorwaardelijk-geschorst-wegens-disproportionele-redactie

Hof Den Haag: stakingsbevel wegens merkinbreuk op Uniemerk ICE niet geschorst; rectificatiebevel voorwaardelijk geschorst wegens disproportionele redactie

Hof Den Haag 7 april 2026, IEF 23520; ECLI:NL:GHDHA:2026:546 (Ice Labs tegen IEH). Dit arrest van het Gerechtshof Den Haag (7 april 2026) betreft een schorsingsincident ex art. 351 Rv in hoger beroep tegen een kortgedingvonnis van de voorzieningenrechter Den Haag van 6 mei 2025, waarbij Ice Labs, die de cryptomunt "Ice Open Network" (ticker: ICE) op de markt brengt, bij voorlopig oordeel inbreukmakend werd bevonden op het Uniemerk ICE van Intercontinental Exchange Holdings, Inc. (IEH), en werd bevolen iedere inbreuk in de EU te staken, alle exchanges te verzoeken de naam en ticker te wijzigen, en een rectificatie te plaatsen op website en sociale media, op straffe van dwangsommen. Ice Labs vorderde in het incident primair schorsing tot aan de beslissing in de hoofdzaak, subsidiair voor 90 dagen na betekening. Het hof baseert zijn internationale bevoegdheid in dit incident op art. 125 lid 1 UMVo jo. art. 35 Brussel I-bis, nu een reële band met de Nederlandse rechtsorde bestaat; de in de hoofdzaak opgeworpen bevoegdheidskwestie blijft onbesproken. Het hof hanteert de maatstaf uit HR 20 december 2019: uitgangspunt is tenuitvoerlegging, schorsing is slechts gerechtvaardigd indien het belang van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand zwaarder weegt, waarbij het hof uitgaat van de vaststellingen van de voorzieningenrechter tenzij sprake is van een kennelijke misslag, en, indien de uitvoerbaarheid bij voorraad is gemotiveerd, de veroordeelde nieuwe feiten of omstandigheden moet aanvoeren die zich na de uitspraak hebben voorgedaan en een ander oordeel kunnen rechtvaardigen.

Het hof wijst de schorsing van het stakingsbevel (5.1) en het bevel om exchanges te verzoeken (5.2 onder iv) af na een volledige belangenafweging die in het voordeel van IEH uitvalt. Ice Labs' betoog dat zij het teken ICE moet kunnen blijven gebruiken om nog niet-omgewisselde munthouders te informeren slaagt niet, nu IEH onweersproken heeft betoogd dat Ice Labs de omwisseling ook eenzijdig en kostenneutraal kan uitvoeren; het belang bij behoud van de handelsnaam "Ice Labs" weegt evenmin zwaar genoeg, nu dit het gevolg is van haar eigen keuze om wereldwijd onder één naam actief te zijn inclusief de EU. De subsidiaire vordering voor 90 dagen faalt reeds omdat de on-chain migratie inmiddels is voltooid en die periode na betekening op 6 november 2025 is verstreken. Ten aanzien van de rectificatiebevelen (5.3 en 5.4) oordeelt het hof anders: nu het kortgedingvonnis geen motivering bevat van het spoedeisend belang daarbij, past het hof de hoofdregel toe en maakt het een volledige belangenafweging. Het hof oordeelt dat de bevolen rectificatietekst niet voldoet aan het proportionaliteitsvereiste van art. 3 Handhavingsrichtlijn (2004/48/EG): de tekst is te juridisch van aard, legt onnodig de nadruk op de merkinbreuk, en maakt voor een gemiddelde cryptogebruiker onvoldoende duidelijk dat het slechts om een voorlopig kortgeding-oordeel gaat, terwijl IEH niet heeft toegelicht welk belang is gediend met die nadruk naast een blote mededeling ter voorkoming van verwarring. Het hof schorst de rectificatiebevelen daarom voorwaardelijk onder opschortende voorwaarde: de schorsing vervalt zodra Ice Labs binnen één week een door het hof zelf geformuleerde neutralere rectificatietekst plaatst op website en sociale media onder dezelfde technische voorwaarden als in het kortgedingvonnis, met uitzondering van de 3mm-rand nu die tot executiegeschillen kan leiden. De proceskosten worden gecompenseerd.

5.3

De Hoge Raad heeft voor de beoordeling van een incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging (artikel 351 Rv) de volgende regels gegeven.2

Uitgangspunt is dat een beslissing zonder nadere voorwaarden uitvoerbaar moet zijn, ook als daartegen hoger beroep is ingesteld. Het hof kan van dit uitgangspunt afwijken als de omstandigheden dat rechtvaardigen. Dat is het geval als het belang van de veroordeelde partij om de situatie te houden zoals die nu is, ondanks dat uitgangspunt, zwaarder weegt dan het belang van de andere partij bij de uitvoerbaarheid bij voorraad van de uitspraak.

Het hof gaat daarbij uit van de beslissingen en van de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen in de uitspraak van de rechtbank en kijkt niet naar de kans van slagen van een eventueel hoger beroep daartegen, tenzij zij op een kennelijke misslag berusten. In dat geval, kan het hof dit in zijn oordeel betrekken.

Als de beslissing over de uitvoerbaarheid bij voorraad door de rechtbank is gemotiveerd, dan moet Ice Labs afgezien van het geval dat deze beslissing berust op een kennelijke misslag, aan haar vordering feiten of omstandigheden ten grondslag leggen waarmee de rechtbank in de uitspraak nog geen rekening kon houden doordat zij zich pas na de uitspraak hebben voorgedaan. Die feiten en omstandigheden moeten een ander oordeel kunnen rechtvaardigen.

5.6

Het hof acht het belang van Ice Labs om het teken ICE te kunnen blijven gebruiken ter informatie van houders van de Munt onvoldoende zwaarwegend, tegenover het belang van IEH om een inbreuk op haar merkrechten spoedig te laten eindigen. De redenen daarvoor zijn de volgende.

5.6.1

IEH bestrijdt het betoog van Ice Labs dat de houders van de Munt haar niet meer zouden kunnen vinden om die Munt om te wisselen als zij het teken ICE niet meer kan gebruiken. IEH voert aan dat Ice Labs er ook voor kan kiezen om zelf actief de wallets te benaderen van diegenen die de Munt nu nog niet hebben omgewisseld en om in die wallets een gelijke hoeveelheid ION munten te plaatsen, met een gelijke waarde als de waarde van de Munt. Volgens IEH kan dit eenzijdig, zonder toestemming of medewerking van de houder van de betrokken wallet. Vervolgens zou Ice Labs de waarde van de Munt actief teniet kunnen doen door zelf de liquiditeit achter de Munt weg te halen en te gebruiken voor de ION munt, die daarmee over dezelfde liquiditeit komt te beschikken als de Munt bood voor de omwisseling. Volgens IEH zou dit zonder extra kosten (‘kostenneutraal’) kunnen. Ice Labs heeft dit alles niet gemotiveerd bestreden. Bij deze stand van zaken heeft Ice Labs onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij er niet aan ontkomt om het teken ICE te gebruiken om de houders van de Munt te informeren, zolang niet alle houders zelf de Munt hebben omgewisseld in de Online Plus app. Zij zou dit kunnen voorkomen door de omwisseling zelf uit te voeren met de door IEH beschreven methode.

5.6.2

Ice Labs heeft ook onvoldoende gemotiveerd dat het voor haar noodzakelijk is om de handelsnaam Ice Labs te behouden. Om vindbaar te blijven en het vertrouwen in de ION munt niet te beschadigen, zou het voldoende zijn om op haar website op neutrale wijze duidelijk te maken dat dat haar oude handelsnaam is. Daarmee kunnen derden de onderneming ook herkennen, zonder dat de aangenomen inbreuk voortduurt. Dat Ice Labs daardoor gedwongen wordt wereldwijd een handelsnaamwijziging door te voeren, hangt samen met het door haar gekozen wereldwijde bereik van haar dienstverlening, met inbegrip van het grondgebied van de Europese Unie, waar het Uniemerk van IEH rechtsgevolg heeft, in combinatie met haar voorkeur om wereldwijd één handelsnaam te gebruiken. Die keuzes zijn niet noodzakelijk, zodat dit belang minder zwaar weegt dan het belang van IEH bij staking van de merkinbreuk in de Europese Unie.

5.15

De handhaving van een merkrecht dient op grond van artikel 3 van de Handhavingsrichtlijn3 niet alleen doeltreffend maar ook evenredig te zijn. Dat geldt zeker in het geval dat een rectificatie als voorlopige maatregel wordt bevolen. Het oordeel van de voorzieningenrechter is slechts een voorlopig oordeel over de vraag of Ice Labs inbreuk heeft gemaakt op het Uniemerk van IEH. Dat betekent dat een rectificatie, naast een stakingsbevel, niet te lichtvaardig bevolen mag worden in kort geding.

5.16

Ice Labs heeft er belang bij dat het vertrouwen in haar onderneming en de door haar uitgegeven cryptomunten niet onnodig wordt geschaad. Het belang van IEH bij de gevorderde rectificatie is het wegnemen van mogelijk opgetreden verwarring tussen de diensten van Ice Labs en IEH bij het publiek.

5.17

De bevolen rectificatie voldoet op onderdelen niet aan de hiervoor beschreven proportionaliteitseis. Met Ice Labs is het hof van oordeel dat menig cryptogebruiker de tekst van de rectificatie niet helemaal zal begrijpen. De tekst bevat te veel juridisch jargon. Een (juridische) leek zal niet goed begrijpen dat het bij het in de rectificatie bedoelde oordeel dat Ice Labs merkinbreuk heeft gepleegd slechts gaat om een voorlopig oordeel in kort geding. De eerste volzin bevat met betrekking tot dat oordeel weliswaar de kwalificatie “provisionally”, maar de verduidelijking dat het gaat om een oordeel van de voorzieningenrechter in kort geding ontbreekt en de leek zal daarom niet kunnen begrijpen ten opzichte van welke ontwikkeling het daar bedoelde oordeel van “The District Court of The Hague” “provisional” is. Dit geldt ook met betrekking tot het werkwoord “ordered” in de daarop volgende zinsnede “We have been ordered”: ook daar ontbreekt de verduidelijking dat het gaat een voorlopige maatregel in kort geding. Daarnaast heeft IEH niet toegelicht welk belang in kort geding is gediend met, naast een blote mededeling om verwarring te voorkomen, het nadruk leggen op de omstandigheid dat volgens de voorzieningenrechter sprake is van merkinbreuk. Een eenvoudiger en neutralere tekst zal een betere balans geven van de belangen van beide partijen. Daarmee kan het belang van IEH om opgetreden verwarring weg te nemen ook worden gediend.