Gepubliceerd op maandag 13 april 2026
IEF 23457
Rechtbank Den Haag ||
18 mrt 2026
Rechtbank Den Haag 18 mrt 2026, IEF 23457; C/09/684356 (Sultan tegen Yettefti c.s.), https://itenrecht.minab.nl/artikelen/handelsvoorraad-namaakthee-levert-merkinbreuk-op-geen-persoonlijk-ernstig-verwijt-aan-bestuurder

Uitspraak ingezonden door Pim Trooster, The Legal Group Advocaten

Handelsvoorraad namaakthee levert merkinbreuk op; geen persoonlijk ernstig verwijt aan bestuurder

Rb. Den Haag 18 maart 2026, IEF 23457; C/09/684356 (Sultan tegen Yettefti). In conventie oordeelt de Rechtbank Den Haag dat zij bevoegd is kennis te nemen van de op de Sultan-merken gebaseerde vorderingen, voor zover het gaat om een Uniemerk en internationale registraties met aanwijzing van de EU. Vaststaat dat La Marocaine des Thés et Infusions houdster is van drie Sultan-merken voor thee en dat in de loods van Yetteti B.V. producten en verpakkingen met aan die merken identieke dan wel overeenstemmende tekens in beslag zijn genomen. De rechtbank verwerpt het verweer van Yetteti B.V. en Tea Market B.V. dat deze goederen niet tot hun handelsvoorraad behoorden en slechts buiten hen om zouden zijn opgeslagen. Doorslaggevend is dat de goederen in hun opslagruimte lagen, dat Yetteti en Tea Market op hetzelfde adres zijn gevestigd, verweven zijn en overlappende activiteiten hebben. Daarmee acht de rechtbank voldoende aannemelijk dat Yetteti en Tea Market merkinbreuk hebben gemaakt. De vorderingen tegen de mede gedagvaarde bestuurder in privé worden echter afgewezen, omdat onvoldoende is gesteld om aan te nemen dat haar persoonlijk een ernstig verwijt treft of dat zij naast de vennootschappen zelfstandig onrechtmatig heeft gehandeld. Ook de gevorderde verklaring voor recht wordt afgewezen wegens gebrek aan zelfstandig belang naast de toe te wijzen verboden en nevenvoorzieningen.

De rechtbank beveelt Yetteti en Tea Market vervolgens om iedere inbreuk op de Sultan-merken in de Europese Unie met onmiddellijke ingang te staken en gestaakt te houden. Daarnaast moeten zij binnen twee maanden na betekening van het vonnis een schriftelijke, met bescheiden gestaafde opgave verstrekken van onder meer ingekochte en verkochte hoeveelheden, inkoop- en verkoopprijzen, producenten, leveranciers, afnemers en de met de verhandeling behaalde winst. Verder worden zij veroordeeld tot vergoeding van de door Sultan geleden schade, dan wel — ter keuze van Sultan — tot afdracht van de met de inbreuk behaalde winst, nader op te maken bij staat. Voor zover zij nog inbreukmakende producten op voorraad hebben, moeten zij die binnen twee maanden op eigen kosten laten vernietigen, waaronder ook de reeds in beslag genomen goederen; binnen vijf dagen na vernietiging moet daarvan schriftelijk bewijs aan de advocaat van Sultan worden verstrekt. Aan deze veroordelingen verbindt de rechtbank een dwangsom van € 5.000 per dag of € 500 per product waarmee in strijd wordt gehandeld, met een maximum van € 100.000. In reconventie heft de rechtbank het op 18 december 2025 gelegde conservatoire derdenbeslag alleen op voor zover dat ten laste van de bestuurder in privé was gelegd; voor het beslag ten laste van Yetteti en Tea Market wordt de opheffing afgewezen. De proceskosten worden zowel in conventie als in reconventie gecompenseerd, zodat iedere partij de eigen kosten draagt, en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

4.4. Dit verweer slaagt niet. De zoon leidde volgens zeggen van Yettefti op haar verzoek enige tijd het bedrijf zodat zijn handelen dient te worden beschouwd als het handelen van Yettefti. Yettefti kan haar verantwoordelijkheid niet afschuiven op - kort gezegd - wanbeleid van de zoon nu dit, wat daarvan ook zij een omstandigheid is die voor haar rekening en risico komt. Zoals gezegd betreffen de beslagen producten counterfeit producten waarvan het, gelet op de aard van de bedrijfsvoering vanan Yettefti en Tea Market. weinig voorstelbaar is dat die producten, waarvan niet bestreden is dat die met van haar afkomstige bedrijfsmiddelen zijn gefinancierd, niet voor het aanbieden/ de verhandeling daarvan bestemd waren, althans heeft Yettefti c.s. een en ander onvoldoende gemotiveerd bestreden. De in beslaggenomenproducten behoorden daarom tot de handelsvoorraad van Yettefti. Daarmee staat vast dat Yettefti merkinbreuk heeft gepleegd althans heeft daartoe een voldoende dreiging bestaan zodat een verbod gelet op artikel 130 lid 1 UMVo is aangewezen. Nu Yettefti en Tea Market dezelfde aandeelhouder en bestuurder hebben, de feitelijke leiding van beide entiteiten volgens de eigen stellingen van Yettefti c.s. in één hand lag, zij overlappende bedrijfsactiviteiten kennen, blijkens het handelsregister van de Kamer van Koophandel op hetzelfde adres staan ingeschreven en de producten in een gezamenlijke opslagloods werden aangetroffen, en Tea Market bijvoorbeeld aan de hand van facturen of paklijsten, niet heeft ontzenuwd dat de producten niet (ook) van haar waren, geldt zulks evenzeer ten aanzien van Tea Market.