Gepubliceerd op vrijdag 30 januari 2026
IEF 23253
Gerecht EU (voorheen GvEA) ||
21 jan 2026
Gerecht EU (voorheen GvEA) 21 jan 2026, IEF 23253; ECLI:EU:T:2026:31 (Puma SE tegen Ningbo Gongfang Commercial Management Co. Ltd en EUIPO), https://itenrecht.minab.nl/artikelen/geen-verwarringsgevaar-tussen-puma-strepen-en-aangevraagd-streepbeeldmerk

Geen verwarringsgevaar tussen Puma‑strepen en aangevraagd streepbeeldmerk

Gerecht EU 21 januari 2026, IEF 23253; ECLI:EU:T:2026:31 (Puma SE tegen Ningbo Gongfang Commercial Management Co. Ltd en EUIPO). Deze zaak betreft een beroep van Puma SE tegen de beslissing van de Kamer van Beroep van EUIPO in een oppositieprocedure tegen een Uniemerkaanvraag van het Chinese bedrijf Ningbo Gongfang Commercial Management. Dit bedrijf vroeg om een beeldmerk bestaande uit een zwart rechthoekig of vierkant vlak met daarop twee gebogen, witte vormen voor onder meer kleding en schoenen in klasse 25. Puma SE doet een beroep op artikel 8 lid 1, onder b), van Verordening (EU) 2017/1001. De kamer van beroep oordeelde dat de tekens geheel visueel verschillend waren vanwege de aanwezigheid van een zwarte achtergrond in het aangevraagde teken en de respectievelijke geometrische vormen van de betreffende tekens.

Het Gerecht stelt bij de visuele gelijkenis dat merken moeten worden vergeleken zoals zij zijn ingeschreven en worden waargenomen, zonder het aangevraagde teken ‘ondersteboven’ te bekijken. Vanuit dat uitgangspunt heeft de Kamer van Beroep terecht vastgesteld dat de visuele indrukken aanzienlijk verschillen, onder meer door de zwarte achtergrond van het aangevraagde teken en de verschillende geometrische vormen. Wat betreft de conceptuele gelijkenis stelt het Gerecht dat de betreffende merken figuratieve merken zijn zonder woordelementen en dat geen van de geografische vormen een conceptuele inhoud heeft. Er is dus geen sprake van conceptuele gelijkenis. Ook van fonetische gelijkenis is geen sprake. Het Gerecht stelt dat de kamer van beroep terecht heeft geoordeeld dat er geen sprake is van verwarringsgevaar. De argumenten van Puma brengen daar geen verandering in. Het betoog dat het in de sportartikelenbranche gebruikelijk is om strepen als merk te gebruiken, is niet doorslaggevend. Zelfs als dat zo is, kan een derde niet worden verweten dat hij een dergelijk teken aanvraagt, en bovendien wordt niet uitgelegd hoe dit concreet tot verwarringsgevaar zou leiden. Ook het argument dat de merken tot een “merkenfamilie” van streepjesmerken zouden behoren, wordt verworpen, omdat dit steunt op redeneringen die eerder al zijn afgewezen. Puma SE beriep zich daarnaast op twee nationale rechterlijke uitspraken, maar deze acht het Gerecht niet relevant. Die zaken betroffen andere tekens en hadden bovendien betrekking op inbreukprocedures, terwijl het hier gaat om een prospectieve beoordeling van het verwarringsgevaar in het kader van een merkaanvraag. Bovendien zijn de Unierechters niet gebonden aan nationale rechtspraak. Hieruit volgt dat alle argumenten van Puma SE ongegrond zijn en dat het beroep volledig wordt afgewezen.

62. “Next, it follows from the foregoing that the Board of Appeal was right to find that, first, the goods concerned were identical and, second, the earlier signs and the sign applied for were visually dissimilar overall, that the signs at issue cannot be subject to a phonetic assessment and that it was impossible to carry out a conceptual comparison of the signs.”

63. “Therefore, the Court observes that, having carried out a global assessment and in the light of all the factors mentioned above, the Board of Appeal was right to conclude, in paragraph 63 of the contested decision, that the signs at issue were dissimilar and that, therefore, one of the necessary conditions for applying Article 8(1)(b) of Regulation 2017/1001 was not fulfilled.”

64. “That assessment cannot be called into question by the applicant’s arguments.”